Knuffelfarms en vrijwilligers

Pasgeboren leeuwenwelpjes worden al een paar dagen na hun geboorte bij de moeder weggehaald. Dit is uitermate schadelijk voor de psychologische ontwikkeling van de welpjes en is natuurlijk ook heel pijnlijk voor de moeder. Normaliter blijven welp en moeder 1 ½ jaar bij elkaar.

Een leeuwin die geen welpen meer moet voeden, kan meteen weer krols worden en zodoende 2 tot 3 keer per jaar nieuwe welpen „leveren“. Het principe van een broodfokker dus, want in de vrije natuur krijgen leeuwen pas elke 2 à 3 jaar welpen. Leeuwenfokkers beschikken bovendien maar over een beperkte genenpool, vaak worden daarom gebrekkige of misvormde welpen geboren, die het resultaat zijn van inteelt.

Duizenden vrijwilligers vertrekken elk jaar naar Zuid-Afrika om „iets zinvols te doen“ en leeuwenwelpjes te verzorgen. Leeuwenfokkers lokken vrijwilligers met het verhaal, dat de moeder de welpjes verstoten heeft of gestorven is. Vaak wordt hen ook nog wijsgemaakt, dat dit werk een belangrijke rol speelt in het natuurbehoud en het overleven van een bedreigde diersoort. Zo zouden de welpjes op volwassen leeftijd weer vrijgelaten worden in de natuur. Dat is echter onmogelijk vanwege diverse factoren. Zo is het allereerst verboden in Zuid-Afrika maar er is ook te weinig leefgebied. In de meeste gevallen worden ze verkocht aan jachtuitbaters.

Vrijwilligers betalen doorgaans 800 € per week voor een verblijf in een knuffelfarm. Met een gemiddelde van 5 vrijwilligers per week, verdient de knuffelfarm hiermee 208.000 € per jaar.

Main image courtesy of Stichting SPOTS, image below courtesy of Sarah Dyer